Toen ik erachter kwam dat ik het Syndroom van Asperger heb, ging ik er gelijk alles over lezen wat ik kon vinden. Tot mijn verrassing ontdekte ik dat onze plaatselijke bibliotheek een hele rij boeken over Asperger en autisme had.
Ik ging naar de bibliotheek, gewapend met een lijst SISO-nummers, maar tot mijn verbazing stonden maar twee boeken van mijn lijst in de kast, hoewel ze in de online catalogus allemaal op "beschikbaar" stonden. Verbaasd zocht ik de zoekresultaten over Asperger er weer bij op de computer in de bibliotheek, en toen realiseerde ik me dat ik iets belangrijks over het hoofd had gezien: de meeste boeken over Asperger en autisme waren gerangschikt in de collectie over handicaps.
Terwijl ik naar de twee boeken in mijn hand keek, viel me de fel-oranje sticker op de rug op. De boeken die ik had gevonden in de algemene collectie waren daar per ongeluk neergezet.
Ik had ook een paar boeken uit een andere bibliotheek gehaald, en daar stonden ze bij de meer algemene categorie "gezondheid".
En zo werd ik geconfronteerd met de vraag die ik al een tijdje vermeed: ben ik gehandicapt?
Zoals de meeste mensen die later in hun leven ontdekken dat ze Asperger hebben, heb ik al een aardig beeld van mezelf, met een set etiketten die al bij me horen sinds ik volwassen ben:
vrouw
echtgenote
moeder
ondernemer
Vanaf het begin vond ik het verbazend makkelijk om Asperger aan dat lijstje toe te voegen. Het is een etiket dat veel verklaart van wat mij anders maakt dan andere volwassenen. Het is veel makkelijker om te zeggen dat ik Asperger heb, dan om de hele lijst te noemen van dingen die in mijn brein anders werken dan bij neurotypische mensen. Ik denk dat ik me ook na de afschaffing van de diagnose Asperger, in 2013, zal blijven omschrijven als Asperger, omdat dat is hoe ik in het spectrum terecht kwam.
Het was moeilijker om het etiket autistisch te accepteren. Ik dacht bij autisme aan mensen die niet praten en in hun eigen wereld leven. Ik realiseer me nu dat ik me een gevaarlijk stereotype had laten aanpraten.
De afgelopen maanden heb ik veel geleerd van de online autisme-gemeenschap. Ik heb geleerd dat het autistisch spectrum net zo divers is als het neurotypisch spectrum. Ik heb geleerd dat praten niet de enige manier is om met de wereld om ons heen te communiceren. Ik heb geleerd dat het autistisch spectrum niet hiërarchisch is; we kunnen de mensen in het spectrum niet rangschikken met behulp van netjes afgebakende termen of concepten. Ik heb geleerd dat autistische volwassenen de verantwoordelijkheid hebben om op te staan en zich uit te spreken, en dat te blijven doen.
Dus, ja, ik ben autistisch en daar ben ik trots op.
Maar gehandicapt? Ik heb zelfs met google een definitie opgezocht, om te zien wat het woord puur etymologisch betekent. Dit zegt Google erover: "Een fysieke of mentale aandoening die iemand beperkt in zijn bewegingen, zintuigen of bezigheden."
Dat geldt ontegenzeglijk voor mij. Het Syndroom van Asperger is een neurologische (fysieke) aandoening die mijn zintuigen en bezigheden in meer of mindere mate beperkt (of in ieder geval de functie ervan verandert).
Toch worstel ik nog steeds met het etiket gehandicapt. Mijn weerstand heeft niets te maken met de juistheid van een definitie in een woordenboek, en alles met mijn weerstand tegen de negatieve associaties bij het etiket.
In de autistische gemeenschap is er een sterke en groeiende behoefte om de nadruk te leggen op de positieve eigenschappen die horen bij autisme. Dat zijn er nogal wat, en persoonlijk zou ik mijn Asperger-voordelen niet willen inruilen voor de vaardigheid om gezellig te kletsen, of om niet voortdurend tegen het meubilair aan te botsen.
Nou ja, meestal niet.
Maar er is iets geks met etiketten. Hoewel ik mezelf niet zie als gehandicapt, moet ik wel naar de afdeling "Handicaps" om boeken te lenen over mensen zoals ik.
Vinden andere mensen mij gehandicapt?
Sommigen zeker.
Misschien is de werkelijke vraag: kan dat mij wat schelen?
Tot op zekere hoogte kan het mij denk ik wel wat schelen. Zou ik er anders over schrijven?
Ik zou graag zeggen dat nadenken en schrijven over complexe zaken me helpt om ze te ontwarren, maar soms eindig ik met meer onzekerheid dan waarmee ik begon. Ik kom niet tot een oplossing, maar bij een opstopping. Ik kan letterlijk geen kant op met dit onderwerp, omdat elke oplossingsrichting me verder wegvoert, tot ik zulke verwarrende gedachten tegenkom dat ik terug moet keren.
Dus, ik zet nog geen punt achter dit onderwerp (daar zou ik vast spijt van krijgen, omdat ik er nog maar zo weinig van begrijp), maar ik daag mezelf uit om er meer over te lezen, denken en leren, om dieper te graven. Later zal ik hierop terugkomen, misschien niet met antwoorden, maar zeker met meer gedachten.
===
Dit artikel is in december 2012 in het Engels geschreven door Cynthia Kim op haar blog Musings of an Aspie. De Nederlandse vertaling is van Francijn Brouwer.
Deze artikelen zijn geschreven door Cynthia Kim op http://musingsofanaspie.com en met haar toestemming vertaald door Francijn Brouwer. Like de Facebookpagina om geen update te missen: http://www.facebook.com/translatedmusings
Posts tonen met het label diagnose. Alle posts tonen
Posts tonen met het label diagnose. Alle posts tonen
zondag 20 september 2015
maandag 17 februari 2014
Ik ben Asperger, Asperger is mij
Een autisme-diagnose verandert alles. Het leven na autisme is nooit meer hetzelfde. Of toch wel?
Ervoor, was ik mezelf en Asperger was Asperger. Mijn gedachten en handelingen werden gevormd door mijn persoonlijkheid, mijn opvoeding, mijn omgeving en mijn keuzes. Ik beschouwde hen als "van mij". En het Syndroom van Asperger ging over anderen mensen.
Nadat ik ontdekt had dat ik Asperger heb, was ik niet langer mezelf, en Asperger was geen labeltje meer dat voor anderen was. Opeens was ik Asperger, en Asperger was mij.
En nu, erna, krijgt alles wat ik doe, zeg, denk, voel en ervaar het labeltje Asperger. Ben ik uitgeput na een hele tijd shoppen? Overprikkeling. Gestruikeld en gevallen bij het hardlopen? Motorische planningsstoornis. Heb ik er niet aan gedacht mijn dochter de registratiepapieren van haar auto te sturen, toen ze me vertelde dat ze hem ging verkopen? Slechte executieve planning. "Ik heb Asperger" is mijn standaardverklaring tegenwoordig. Ik weet niet meer waar Asperger eindigt en ik begin - en toch schrijf ik constant mijn handelingen, gedachten en gedragingen toe aan dit specifieke ding, Asperger.
Hoewel ik een mezelf diepgaander lijk te begrijpen dankzij mijn nieuwe kennis van hoe Asperger
mijn bedrag beïnvloedt, is er nog een lange weg te gaan voor "bergen weer gewoon bergen zijn".
De ik die ik was voor ik Asperger leerde kennen, zal nooit meer terugkomen. Maar de ik die ik word - de ik die geen verschil meer hoeft te maken tussen Asperger en ik - die ik is er nog lang niet.
Als ik aankom op de plek waar ik kan zeggen dat ik gewoon ik ben en Asperger gewoon Asperger, houden "ervoor" en "erna" op te bestaan. Op die plaats is het gewoon "nu".
Dit artikel is een vertaling van "I am Asperger's, Asperger's is me", in september 2012 verschenen op het weblog "Musings of an Aspie".
![]() |
| De geverfde Woestijn, Nationaal Park, Arizona, januari 2008 |
"Before I studied Zen, mountains were mountains, and water was water.Een autisme-diagnose heeft hier veel van weg. Er valt niet aan te ontkomen: er is "ervoor" en er is "erna".
After studying Zen for some time, mountains were no longer mountains, and water was no longer water.
But now, after studying Zen longer, mountains are just mountains, and water is just water."~ Ch’ing-yüan Wei-hsin
Ervoor, was ik mezelf en Asperger was Asperger. Mijn gedachten en handelingen werden gevormd door mijn persoonlijkheid, mijn opvoeding, mijn omgeving en mijn keuzes. Ik beschouwde hen als "van mij". En het Syndroom van Asperger ging over anderen mensen.
Nadat ik ontdekt had dat ik Asperger heb, was ik niet langer mezelf, en Asperger was geen labeltje meer dat voor anderen was. Opeens was ik Asperger, en Asperger was mij.
En nu, erna, krijgt alles wat ik doe, zeg, denk, voel en ervaar het labeltje Asperger. Ben ik uitgeput na een hele tijd shoppen? Overprikkeling. Gestruikeld en gevallen bij het hardlopen? Motorische planningsstoornis. Heb ik er niet aan gedacht mijn dochter de registratiepapieren van haar auto te sturen, toen ze me vertelde dat ze hem ging verkopen? Slechte executieve planning. "Ik heb Asperger" is mijn standaardverklaring tegenwoordig. Ik weet niet meer waar Asperger eindigt en ik begin - en toch schrijf ik constant mijn handelingen, gedachten en gedragingen toe aan dit specifieke ding, Asperger.
Hoewel ik een mezelf diepgaander lijk te begrijpen dankzij mijn nieuwe kennis van hoe Asperger
mijn bedrag beïnvloedt, is er nog een lange weg te gaan voor "bergen weer gewoon bergen zijn".
De ik die ik was voor ik Asperger leerde kennen, zal nooit meer terugkomen. Maar de ik die ik word - de ik die geen verschil meer hoeft te maken tussen Asperger en ik - die ik is er nog lang niet.
Als ik aankom op de plek waar ik kan zeggen dat ik gewoon ik ben en Asperger gewoon Asperger, houden "ervoor" en "erna" op te bestaan. Op die plaats is het gewoon "nu".
Dit artikel is een vertaling van "I am Asperger's, Asperger's is me", in september 2012 verschenen op het weblog "Musings of an Aspie".
vrijdag 7 februari 2014
Als je diploma een diagnose met zich meebrengt
Vandaag arriveerde mijn bachelordiploma:
Een paar van de belangrijke puzzelstukjes:
Het voelt goed om "bachelor halen" op mijn lijstje met Belangrijke Levensdoelen af te vinken, maar ik heb iets veel belangrijkers dan een diploma overgehouden aan de universiteit.
Ik heb er het Syndroom van Asperger aan overgehouden.
Niet letterlijk, natuurlijk. Ik ben geboren met Asperger, maar ik ben erin geslaagd om meer dan veertig jaar van mijn leven door te komen zonder het te weten. Het systeem van het volgen van colleges liet mij me realiseren hoe anders ik ben dan de meeste mensen. Tot ik me op de campus waagde, had ik mijn leven zorgvuldig gestructureerd op zo'n manier dat ik kon vermijden al te vaak of te duidelijk geconfronteerd te worden met mijn anders-zijn.
Ik ben al eigen baas sinds mijn 19e, waardoor ik kon beslissen met wie ik werkte, en hoe. Ik maak de regels. Ik beslis wat acceptabel gedrag is op de werkplek. Op mijn sokken rondlopen? Ja! Mijn hond meenemen naar mijn werk? Waarom niet? Op mijn kantoor lunchen met de deur dicht? Volstrekt normaal.
Door ervoor te zorgen dat ik degene was die de regels maakte, spon ik mijzelf in een cocon van relatieve veiligheid. Als ik iets niet wilde doen, delegeerde ik het, huurde ik iemand in om het te doen, of vermeed ik het.
Door colleges te volgen op de universiteit was ik gedwongen me aan andermans regels te houden, als ik wilde slagen. Ik werd niet alleen beoordeeld op mijn academische werk, maar ook op mijn communicatieve vaardigheden. Mijn ideeën waren object van nauwkeurig onderzoek. Ik moest presentaties maken en in teams werken. Er was geen gesloten deur om me achter te verschuilen tijdens de lunch.
Dit was veel om te verdragen. Aan de andere kant wilde ik echt een diploma, om te bewijzen dat ik misschien een beetje achter liep, maar wel een opleiding kon afmaken.
Ik deed mijn best om me aan te passen waar ik kon. Als dingen zwaar waren, verdroeg ik ze en modderde ik door, en ik vertelde mezelf dat de meeste jonge mensen in mijn klas toch wel gek naar mij, een oudere student, zouden kijken.
Het is moeilijk te zeggen wanneer ik overging van "ik ben een beetje vreemd" naar "misschien is er iets systematisch anders aan mij". Het proces leek op het leggen van een puzzel - hier en daar deeltjes aan elkaar passen, kleine delen van het geheel verzamelen, maar niet in staat zijn het hele plaatjes te zien, tot je tientallen van die kleine verbindingen hebt gelegd.
Een paar van de belangrijke puzzelstukjes:
- bij een opdracht voor sociologie moest ik een moment beschrijven dat iemands lichaamstaal niet klopte met zijn woorden. Mijn eerste reactie: welke lichaamstaal? Toen we in de klas onze antwoorden vergeleken, ontdekte ik hoe ongewoon het is om lichaamstaal niet instinctief te registeren.
- professoren vroegen me heel vaak of ik een vraag had, of keken mij aan als ze iets vroegen als "begrijpt iedereen wat ik zeg?". Ik wist dat toen nog niet, maar ik frons vaak (een teken van verwarring) als ik me concentreer.
- de universele verbaasde blik die ik van professoren kreeg als de eerste test of het eerste werkstuk was beoordeeld. Ik zeg bijna nooit wat in de klas, en als ik iets zeg, is het maar afwachten of ik de vraag volledig verkeerd begrijp, een niet ter zake doend antwoord geef, of het goede antwoord geef. Maar een dertig pagina's tellend werkstuk schrijven over de economische effecten van milieuregels? Ja, dat is helemaal mijn ding.
ALLES WORDT DUIDELIJK OP EEN WILLEKEURIGE WINTERDAG
Pas toen ik afgelopen winter een achtergrondartikel over het syndroom van Asperger tegenkwam, begonnen de puzzelstukjes het grotere plaatje te onthullen. Ik had wel gehoord van Asperger, maar ik ik had nooit overwogen dat het over mij zou kunnen gaan. Natuurlijk herkende ik mezelf wel in sommige symptomen, maar wie niet? Het was makkelijk om de gelijkenissen weg te verklaren.
Ik had mezelf verteld dat Asperger net zoiets was als verlegen zijn - zeg maar een heel erg soort verlegenheid - waardoor ik het makkelijk van me af kon schuiven. Zo verlegen was ik toch niet? Ik had een baan, een kind, een man. Ik ging met andere mensen om als dat nodig was.
Ik vermeed typische kenmerken zorgvuldig. Ik had een baan die ik had aangepast aan al mijn kleine neuroses. Ik had een kind waartegen ik al geen "ik hou van je" meer zei sinds ze kon praten. Ik had een man die steeds gefrustreerder werd door mijn vaak kille, controlerende gedrag. Ik ging alleen met mensen om als dat nodig was, niet meer.
In zekere zin had ik geluk dat ik wegkwam met alle foefjes en omwegen die ik had bedacht om mijn tekortkomingen te compenseren. Door een combinatie van geluk en de wil om risico's te nemen die andere mensen niet zouden nemen, was ik erin geslaagd een omgeving te creëren die uitvergrootte wat ik kon, en maskeerde wat ik niet kon.
Het schoolse systeem verstoorde de gevoelige balans die ik zo zorgvuldig had samengesteld, en plotseling werd het moeilijk om de typische kenmerken te vermijden.
Toen ik dat achtergrondartikel las, had ik het gevoel dat de schrijver het over mij had. Niet over iemand zoals ik, maar over mij. Ik weet niet wat dat verhaal anders maakte dan de andere die ik had gelezen over Asperger (en dat waren er veel - mijn fascinatie voor Asperger alleen al had een grote rode signaalvlag moeten zijn dat mijn onderbewuste me iets probeerde te vertellen).
Misschien was ik er eindelijk klaar voor om het grote plaatje te zien, en had ik genoeg kleine groepjes puzzelstukjes verzameld om dat mogelijk te maken. Wat de oorzaak ook was, het resultaat was een gevoel van verlichting - alsof het syndroom van Asperger een grote emmer was waar al die dingen van mezelf in mochten die ik verwarrend en pijnlijk en beschamend en frustrerend en moeilijk vond. Misschien, als ik al die dingen in de emmer deed, zou dat betekenen dat ik er niet meer mee zou hoeven jongleren.
Ik was geïntrigeerd, en ik las er wat meer over, en het werd al snel duidelijk dat Asperger meer is dan een verzameling sociale en communicatieve problemen.
Er waren tientallen veelbetekenende details die ontegenzeglijk over mij gingen, en die niets te maken hadden met verlegen of introvert zijn. De manier waarop ik vaak te hard of te zacht praat. De intense interesses voor ongewone onderwerpen. Mijn directe eerlijkheid. Mijn zware afhankelijkheid van lijstjes en gewoontes. Hoe ik mensen niet buiten hun context herkende. Mijn ongemakkelijkheid met complimentjes. De lijst was lang genoeg voor mij om eindelijk toe te geven dat het een goed idee zou zijn om me te laten testen.
Het was moeilijk om dat toe te geven, maar zodra het duidelijk werd dat ik Asperger had, was mijn eerste reactie een van opluchting. Het verklaarde zo veel van mijn leven waarvan ik had gedacht dat het aan mij lag - omdat ik niet hard genoeg probeerde of niet goed genoeg was. Het was geen excuus, maar het was een geweldige verklaring.
Gewapend met die verklaring, stortte ik mezelf op meer leren over hoe mijn brein werkt en wat dat voor invloed heeft op mijn leven. Naarmate ik meer leerde over Asperger en over mijzelf, maakte de oorspronkelijke opluchting plaats voor een achtbaan van emoties: boosheid, verdriet, spijt, angst, verrassing, verwarring, acceptatie, vreugde, optimisme en in toenemende mate een diep, bevrijdend gevoel van rust.
Dus ja, het diploma is leuk, maar wat meekwam - de kennis dat ik het syndroom van Asperger heb - is iets wat mijn leven heeft veranderd.
Dit artikel is een vertaling van "When your diploma comes with a diagnosis", in september 2012 verschenen op het weblog "Musings of an Aspie".
zaterdag 4 januari 2014
Als het slecht voor je is een braaf meisje te zijn
Deskundigen realiseren zich in toenemende mate dat Asperger er bij meisjes anders uit ziet dan bij jongens. Enige gedachten over wat dat betekent voor meisjes in het spectrum...
Ik ben opgevoed als braaf meisje. Dat betekende vooral: wel te zien, niet te horen. Val volwassenen niet lastig. Veroorzaak geen onrust.
Meestal vond ik dat prima. Als kind bracht ik uren en uren alleen door. Een paar van mijn beste herinneringen gaan over lange fietstochten, ontdekkingstochten in het bos, en op mijn kamer spelen, allemaal alleen. Ik herinner me aardig wat felle potjes Risk en Monopoly, die ik tegen mezelf speelde.
Mijn ouders vroegen nooit wat ik urenlang in mijn kamer deed, met de deur dicht. Als ik verdween om een hele middag in de bossen achter ons huis door te brengen, was het enige waar ze zich druk over maakten of ik wel om half zes thuis was voor het avondeten.
Ik weet niet wat er gebeurd zou zijn als ik om zes uur niet thuis was. Ik was een braaf meisje en brave meisjes hielden zich aan de regels.
Maar het probleem met brave meisjes, vooral als je Asperger hebt maar geen diagnose, is dat brave meisjes onzichtbaar zijn. Jongens met Asperger hebben zichtbare syptomen. Ze hebben problemen met woedebeheersing. Ze zijn uitdagend en tegendraads. Het zijn geen teamspelers. Ze schrikken terug voor competitie en weigeren zich aan de regels te houden.
Jaren geleden kregen dit soort jongens stickertjes als "jeugdige delinquent" en "gedragsproblemen". Tegenwoordig zijn, van tien kinderen met de diagnose Asperger, er acht jongens en twee meisjes.
De grote vraag bij deze ongelijkheid is: hebben jongens vaker Asperger, of worden ze vaker gediagnosticeerd omdat hun symptomen passen bij de klassieke kijk op AS?
Sekseverschillen bij het syndroom van Asperger
Dr. Hans Asperger, de onderzoeker die als eerste de symptomen van het syndroom van Asperger identificeerde, baseerde zijn definitie van het syndroom op de jongens die hij bestudeerde. Hij ontdekte dat ze, hoewel ze een gemiddelde of bovengemiddelde intelligentie hadden, matige nonverbale communicatievaardigheden hadden, er niet in slaagden empathie te tonen met leeftijdsgenoten, overdreven formeel praatten, onhandig waren en neigden naar intense interesses die hun gesprekken domineerden.
Deskundigen zijn zich er in toenemende mate van bewust dat Asperger er bij meisjes anders uit ziet dan bij jongens. Jongens hebben bij voorbeeld vaker een speciale interesse voor iets mechanisch, zoals treinen, machines of liften, meestal veel meer dan bij hun leeftijd past.
Ik heb een case study gelezen over een tienerjongen die geobsedeerd bezig was met het catalogiseren van de verschillende toilethuisjes in zijn regio. En laatst zat ik, tijdens een tour door Washington, achter een jongen die meer wist van Amerikaanse presidenten dan de gids.
Dergelijke ongewone kennis is een overduidelijk signaal dat een kind een beetje anders is.
Kenmerken van Asperger bij meisjes
Hoe ziet AS er bij meisjes uit? Als meisje verzamelde ik van alles: munten, postzegels, voetbalkaartjes. Ik hield ervan mijn collecties te ordenen, en was uitzinnig als ik een nieuw item ontdekte op een muntenbeurs, of in de maandelijkse post van de postzegelclub. Dit waren enigszins eigenaardige hobby's voor een meisje van zeven of acht, maar ik speelde ook met Barbies, ik spaarde poppen, ik vond het leuk om mijn eigen kleren te naaien en ik verslond de Nancy Drew verhalen.
Als iemand goed had opgelet, was hem opgevallen dat ik meer tijd besteedde aan het ordenen en categoriseren van mijn Barbies en hun kleren, dan aan het eigenlijke spelen. Dat mijn Nancy Drew boeken altijd op volgorde op de plank stonden. En al die kleren waar ik uren aan werkte? Die droeg ik zelden. Ik hield er gewoon van om de patronen uit te knippen en alles als een puzzel in elkaar te zetten.
De signalen waren er, maar ze waren veel subtieler dan de signalen die een klein jongetje afgeeft, als hij elk vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog kan benoemen, of wil dat zijn vader hem door het hele land rijdt om toilethuisjes te fotograferen.
Sociale verwachtingen zouden ook een rol kunnen spelen in het onderdiagnosticeren van meisjes. Het is sociaal geaccepteerd (of zelfs wenselijk) als een meisjes verlegen of stil is. Als een jongen soortgelijke passieve eigenschappen heeft wordt dat gezien als een gebrek aan assertiviteit, wat een ongewenste eigenschap is voor mannen in onze maatschappij.
Tijdens mijn jeugd hoorde ik dat woord steeds weer. Ze is gewoon verlegen. Dat verklaart alles. Als ik niet meedeed aan discussies op school, was dat omdat ik verlegen was. Als ik apart zat tijdens een verjaardagsfeestje, of me tijdens een familiefeest terugtrok in een lege slaapkamer om te lezen, was dat omdat ik verlegen was. Als ik niet mee wilde doen aan het schoontoneelstuk of als ik weinig vrienden had - allemaal door mijn verlegenheid.
Het kwam nooit in iemand op om te vragen waarom ik graag alleen was of weinig vrienden had of sociale situaties vermeed. Ik was een braaf meisje. Ik veroorzaakte geen onrust. Wat was het probleem?
Jongens met Asperger hebben gedragsproblemen. En jongens met Asperger lijken minder goed in staat te zijn om sociaal gedrag te imiteren. Misschien heeft dit iets te maken met de manier waarop jongens en meisjes spelen.
Spel van kinderen met Asperger
Toen we kleine meisjes waren, speelden mijn vriendinnen en ik vaak schooltje of vadertje-en-moedertje. Dit waren samenwerkende rollenspellen waarbij we situaties naspeelden zoals rekenles of maaltijden koken. Zo lang ik de juf of de moeder mocht zijn, vond ik dat leuke spelletjes. Ze speelden in op mijn behoefte om controle te hebben en te organiseren.
Als ik toevallig niet de juf of de moeder was, eindigde het spel meestal in een ruzie tussen mij en het meisje dat die rol had gekregen, omdat ik er niet tegen kon om aanwijzingen op te volgen. De regels van andere kinderen waren voor mij niet logisch. Ze voelden allemaal verkeerd. Ik moest de baas zijn, of ik deed niet mee. Dr. Tony Attwood beschrijft dit als de "god-modus" - de manier waarop kinderen met Asperger er behoefte aan hebben om elk aspect van een sociale situaties te controleren om veilig te kunnen meedoen.
Om een of andere reden tolereerden mijn vriendinnen mijn god-modus en bleven ze bij me, maar niet altijd. Ik herinner me heel wat schreeuwpartijen waarna ik de rest van de dag niemand meer had om mee te spelen.
Anders dan jongensspelletjes, waarbij je winnaars en verliezers hebt, draaien meisjesspelletjes vaak om goed samenwerken met de groep, om een prettig rollenspel te creëren. Jongensspelletjes zijn vaak competitief - van sporten tot videogames - en stimulans om te spelen ligt in de mogelijkheid om te winnen. Een jongen kan erbij horen omdat hij ergens goed in is. Als hij level tien kan halen in een populaire videogame, of prachtig kan scoren, vindt hij wel andere kinderen om zijn interesses mee te delen. Voor een jongen kan een gespecialiseerde vaardigheid die zijn leeftijdsgenoten waarderen genoeg zijn om erbij te horen, zonder dat hij de nuances leert van het aangaan en onderhouden van vriendschappen.
Dit zou ook de reden kunnen zijn dat oudere jongens met Asperger vaak erg goed zijn in een praktische vaardigheid, zoals computers bouwen, software schrijven of complexe wiskundige problemen oplossen. Zelfs als goede sociale vaardigheden ontbreken, geeft dit soort praktische kennis hen een voet tussen de deur bij een groep waar ze bij willen horen.
Vanaf hun eerste sociale contacten hebben meisjes met Asperger meer aangeboren motivatie om sociale vaardigheden te leren - of op z'n minst om ze te veinzen. Dit zou nog een oorzaak kunnen zijn van het feit dat meisjes met Asperger makkelijker onder de radar blijven terwijl ze het schoolsysteem doorlopen en volwassen worden. Hun sociale overlevingskansen hangen ervan af. Misschien zijn het de meisjes die er niet in slagen zich aan te passen, die het makkelijkst worden gediagnosticeerd. Hun gebrek aan sociale vaardigheden resulteert vaak in een soort isolatie, pesten en depressie, waar de alarmbellen bij ouders en leerkrachten van afgaan.
Kinderen met Asperger zijn ongelooflijk goed in aanpassen. We leren al vroeg dat we anders zijn - of een specialist ons dat nou vertelt of niet. We zijn veel gevoeliger voor de wereld om ons heen - met name de sociale wereld - dan we laten merken. Voor anderen mag het er anders uitzien, maar de meeste kinderen met Asperger proberen heel, heel hard om zich aan te passen.
En dat was misschien het probleem voor sommigen van ons. We werden er te goed in om brave meisjes te zijn, zo goed dat we onzichtbaar werden. We glippen onder de radar door, zo de adolescentie of jongvolwassenheid in, misschien zelfs de middelbare leeftijd, voordat we ons realiseren dat een braaf meisjes zijn zijn grenzen heeft. Of misschien schieten we door naar de andere kant - in een oogwenk van een braaf meisje naar een slecht meisje - en de mensen om ons heen schrijven het toe aan de puberteit of een midlife crisis.
Het was zwaar om te ontdekken dat een braaf meisje zijn niet de oplossing is - alles wat me geleerd was. Soms, heb ik ontdekt, is het slecht voor je om een braaf meisje te zijn.
Dit artikel is een vertaling van "When being a good girl is bad for you", in augustus 2012 verschenen op het blog "Musings of an aspie".
Ik ben opgevoed als braaf meisje. Dat betekende vooral: wel te zien, niet te horen. Val volwassenen niet lastig. Veroorzaak geen onrust.
Meestal vond ik dat prima. Als kind bracht ik uren en uren alleen door. Een paar van mijn beste herinneringen gaan over lange fietstochten, ontdekkingstochten in het bos, en op mijn kamer spelen, allemaal alleen. Ik herinner me aardig wat felle potjes Risk en Monopoly, die ik tegen mezelf speelde.
Mijn ouders vroegen nooit wat ik urenlang in mijn kamer deed, met de deur dicht. Als ik verdween om een hele middag in de bossen achter ons huis door te brengen, was het enige waar ze zich druk over maakten of ik wel om half zes thuis was voor het avondeten.
Ik weet niet wat er gebeurd zou zijn als ik om zes uur niet thuis was. Ik was een braaf meisje en brave meisjes hielden zich aan de regels.
Maar het probleem met brave meisjes, vooral als je Asperger hebt maar geen diagnose, is dat brave meisjes onzichtbaar zijn. Jongens met Asperger hebben zichtbare syptomen. Ze hebben problemen met woedebeheersing. Ze zijn uitdagend en tegendraads. Het zijn geen teamspelers. Ze schrikken terug voor competitie en weigeren zich aan de regels te houden.
Jaren geleden kregen dit soort jongens stickertjes als "jeugdige delinquent" en "gedragsproblemen". Tegenwoordig zijn, van tien kinderen met de diagnose Asperger, er acht jongens en twee meisjes.
De grote vraag bij deze ongelijkheid is: hebben jongens vaker Asperger, of worden ze vaker gediagnosticeerd omdat hun symptomen passen bij de klassieke kijk op AS?
Sekseverschillen bij het syndroom van Asperger
Dr. Hans Asperger, de onderzoeker die als eerste de symptomen van het syndroom van Asperger identificeerde, baseerde zijn definitie van het syndroom op de jongens die hij bestudeerde. Hij ontdekte dat ze, hoewel ze een gemiddelde of bovengemiddelde intelligentie hadden, matige nonverbale communicatievaardigheden hadden, er niet in slaagden empathie te tonen met leeftijdsgenoten, overdreven formeel praatten, onhandig waren en neigden naar intense interesses die hun gesprekken domineerden.
Deskundigen zijn zich er in toenemende mate van bewust dat Asperger er bij meisjes anders uit ziet dan bij jongens. Jongens hebben bij voorbeeld vaker een speciale interesse voor iets mechanisch, zoals treinen, machines of liften, meestal veel meer dan bij hun leeftijd past.
Ik heb een case study gelezen over een tienerjongen die geobsedeerd bezig was met het catalogiseren van de verschillende toilethuisjes in zijn regio. En laatst zat ik, tijdens een tour door Washington, achter een jongen die meer wist van Amerikaanse presidenten dan de gids.
Dergelijke ongewone kennis is een overduidelijk signaal dat een kind een beetje anders is.
Kenmerken van Asperger bij meisjes
Hoe ziet AS er bij meisjes uit? Als meisje verzamelde ik van alles: munten, postzegels, voetbalkaartjes. Ik hield ervan mijn collecties te ordenen, en was uitzinnig als ik een nieuw item ontdekte op een muntenbeurs, of in de maandelijkse post van de postzegelclub. Dit waren enigszins eigenaardige hobby's voor een meisje van zeven of acht, maar ik speelde ook met Barbies, ik spaarde poppen, ik vond het leuk om mijn eigen kleren te naaien en ik verslond de Nancy Drew verhalen.
Als iemand goed had opgelet, was hem opgevallen dat ik meer tijd besteedde aan het ordenen en categoriseren van mijn Barbies en hun kleren, dan aan het eigenlijke spelen. Dat mijn Nancy Drew boeken altijd op volgorde op de plank stonden. En al die kleren waar ik uren aan werkte? Die droeg ik zelden. Ik hield er gewoon van om de patronen uit te knippen en alles als een puzzel in elkaar te zetten.
De signalen waren er, maar ze waren veel subtieler dan de signalen die een klein jongetje afgeeft, als hij elk vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog kan benoemen, of wil dat zijn vader hem door het hele land rijdt om toilethuisjes te fotograferen.
Sociale verwachtingen zouden ook een rol kunnen spelen in het onderdiagnosticeren van meisjes. Het is sociaal geaccepteerd (of zelfs wenselijk) als een meisjes verlegen of stil is. Als een jongen soortgelijke passieve eigenschappen heeft wordt dat gezien als een gebrek aan assertiviteit, wat een ongewenste eigenschap is voor mannen in onze maatschappij.
Tijdens mijn jeugd hoorde ik dat woord steeds weer. Ze is gewoon verlegen. Dat verklaart alles. Als ik niet meedeed aan discussies op school, was dat omdat ik verlegen was. Als ik apart zat tijdens een verjaardagsfeestje, of me tijdens een familiefeest terugtrok in een lege slaapkamer om te lezen, was dat omdat ik verlegen was. Als ik niet mee wilde doen aan het schoontoneelstuk of als ik weinig vrienden had - allemaal door mijn verlegenheid.
Het kwam nooit in iemand op om te vragen waarom ik graag alleen was of weinig vrienden had of sociale situaties vermeed. Ik was een braaf meisje. Ik veroorzaakte geen onrust. Wat was het probleem?
Jongens met Asperger hebben gedragsproblemen. En jongens met Asperger lijken minder goed in staat te zijn om sociaal gedrag te imiteren. Misschien heeft dit iets te maken met de manier waarop jongens en meisjes spelen.
Spel van kinderen met Asperger
Toen we kleine meisjes waren, speelden mijn vriendinnen en ik vaak schooltje of vadertje-en-moedertje. Dit waren samenwerkende rollenspellen waarbij we situaties naspeelden zoals rekenles of maaltijden koken. Zo lang ik de juf of de moeder mocht zijn, vond ik dat leuke spelletjes. Ze speelden in op mijn behoefte om controle te hebben en te organiseren.
Als ik toevallig niet de juf of de moeder was, eindigde het spel meestal in een ruzie tussen mij en het meisje dat die rol had gekregen, omdat ik er niet tegen kon om aanwijzingen op te volgen. De regels van andere kinderen waren voor mij niet logisch. Ze voelden allemaal verkeerd. Ik moest de baas zijn, of ik deed niet mee. Dr. Tony Attwood beschrijft dit als de "god-modus" - de manier waarop kinderen met Asperger er behoefte aan hebben om elk aspect van een sociale situaties te controleren om veilig te kunnen meedoen.
Om een of andere reden tolereerden mijn vriendinnen mijn god-modus en bleven ze bij me, maar niet altijd. Ik herinner me heel wat schreeuwpartijen waarna ik de rest van de dag niemand meer had om mee te spelen.
Anders dan jongensspelletjes, waarbij je winnaars en verliezers hebt, draaien meisjesspelletjes vaak om goed samenwerken met de groep, om een prettig rollenspel te creëren. Jongensspelletjes zijn vaak competitief - van sporten tot videogames - en stimulans om te spelen ligt in de mogelijkheid om te winnen. Een jongen kan erbij horen omdat hij ergens goed in is. Als hij level tien kan halen in een populaire videogame, of prachtig kan scoren, vindt hij wel andere kinderen om zijn interesses mee te delen. Voor een jongen kan een gespecialiseerde vaardigheid die zijn leeftijdsgenoten waarderen genoeg zijn om erbij te horen, zonder dat hij de nuances leert van het aangaan en onderhouden van vriendschappen.
Dit zou ook de reden kunnen zijn dat oudere jongens met Asperger vaak erg goed zijn in een praktische vaardigheid, zoals computers bouwen, software schrijven of complexe wiskundige problemen oplossen. Zelfs als goede sociale vaardigheden ontbreken, geeft dit soort praktische kennis hen een voet tussen de deur bij een groep waar ze bij willen horen.
Vanaf hun eerste sociale contacten hebben meisjes met Asperger meer aangeboren motivatie om sociale vaardigheden te leren - of op z'n minst om ze te veinzen. Dit zou nog een oorzaak kunnen zijn van het feit dat meisjes met Asperger makkelijker onder de radar blijven terwijl ze het schoolsysteem doorlopen en volwassen worden. Hun sociale overlevingskansen hangen ervan af. Misschien zijn het de meisjes die er niet in slagen zich aan te passen, die het makkelijkst worden gediagnosticeerd. Hun gebrek aan sociale vaardigheden resulteert vaak in een soort isolatie, pesten en depressie, waar de alarmbellen bij ouders en leerkrachten van afgaan.
Kinderen met Asperger zijn ongelooflijk goed in aanpassen. We leren al vroeg dat we anders zijn - of een specialist ons dat nou vertelt of niet. We zijn veel gevoeliger voor de wereld om ons heen - met name de sociale wereld - dan we laten merken. Voor anderen mag het er anders uitzien, maar de meeste kinderen met Asperger proberen heel, heel hard om zich aan te passen.
En dat was misschien het probleem voor sommigen van ons. We werden er te goed in om brave meisjes te zijn, zo goed dat we onzichtbaar werden. We glippen onder de radar door, zo de adolescentie of jongvolwassenheid in, misschien zelfs de middelbare leeftijd, voordat we ons realiseren dat een braaf meisjes zijn zijn grenzen heeft. Of misschien schieten we door naar de andere kant - in een oogwenk van een braaf meisje naar een slecht meisje - en de mensen om ons heen schrijven het toe aan de puberteit of een midlife crisis.
Het was zwaar om te ontdekken dat een braaf meisje zijn niet de oplossing is - alles wat me geleerd was. Soms, heb ik ontdekt, is het slecht voor je om een braaf meisje te zijn.
Dit artikel is een vertaling van "When being a good girl is bad for you", in augustus 2012 verschenen op het blog "Musings of an aspie".
Wat hoort er niet bij?
Een soort inleiding
Toen ik op de basisschool zat, keek mijn jongere zusje altijd Sesamstraat. Ik was 7 of 8, en voelde me te groot voor een programma over pratende poppen, maar stiekem was ik dol op het spelletje "wat hoort er niet bij?".
In elke aflevering kwam dit liedje een keer voor:
Eentje is er anders dan de andere
Eentje hoort er gewoon niet bij
Zeg eens, welke is anders dan de andere
aan het eind van dit liedje van mij.
(vertaald)
Als je het nooit hebt gezien, hier is een voorbeeld:
http://www.youtube.com/watch?v=rsRjQDrDnY8
Het doel van het spelletje was om te bepalen welke van vier voorwerpen niet bij de rest hoorde. Meestal was het overduidelijk - denk aan drie vogels en een vis - makkelijk genoeg voor een kleuter om op te lossen, maar toch boeide het mij.
Ik hield ervan om erover na denken waarom dingen hetzelfde of verschillend waren. Ik hield van groeperen en ordenen. Als het spel afgelopen was, bleef ik nog een hele tijd bezig met bedenken of er een manier was waarop alle vier de dingen bij elkaar hoorden, of waarom een van de andere voorwerpen er niet bij hoorde.
Toen wist ik dat nog niet, maar mijn behoefte aan groeperen en sorteren was een klassiek symptoom van het syndroom van Asperger. Er waren ook andere signalen - overduidelijke, zoals het feit dat ik zo verlegen was dat ik soms zelfs helemaal niet praatte, en ook subtiele, zoals mijn slechte handschrift.
Maar ik groeide op in een tijd dat het syndroom van Asperger nog niet werd gediagnosticeerd bij jonge kinderen, en dat ouders en leerkrachten de signalen nog niet herkenden. Zoals veel volwassenen van mijn leeftijd met AS, was ik al lang en breed volwassenen voor ik erachter kwam dat ik niet gewoon verlegen, of raar, of een nerd was. Dat ik niet over mijn eigenaardigheden heen zou groeien en op een dag "normaal" wakker zou worden.
Toen ik er eerder dit jaar achter kwam dat ik Asperger heb, was dat een grote opluchting. Ik begreep eindelijk waarom ik me zo lang een buitenstaander heb gevoeld, die naar het menselijk ras keek en zich afvroeg waarom hij de enige leek te zijn die de regels niet begreep.
Ik realiseerde me dat ik niet raar of onvolwassen of sociaal onhandig ben. Okee, ik ben alle drie wel af en toe, maar ik kan eindelijk de vage hoop loslaten dat ik over mijn vreemdheid heen zal groeien, en beginnen te accepteren dat dit is wat ik ben:
vrouw
van middelbare leeftijd
werkzaam
met Asperger
Vind jij dat een van deze dingen er niet bij hoort? Veel mensen lijken dat te vinden. Het grootste deel van de literatuur over Asperger is gebaseerd op studies over mannen. Er zijn enkele fantastische bronnen over vrouwen (daar schrijf ik een keer apart over) maar als je een laat-gediagnosticeerde, zelf-gediagnosticeerde of nog-niet-gediagnosticeerde vrouw met Asperger bent, kan het landschap van de autisme-gemeenschap er een beetje eenzaam uitzien.
Er zijn honderden bronnen voor moeders van kinderen met Asperger, maar weinig voor moeders met Asperger. Er wordt zat gepraat over begaafde techneuten en ondernemers met Asperger, maar je moet goed zoeken om er een vrouw tussen te vinden. Zelfs het grootste deel van de literatuur over kinderen met Asperger gaat over jongens.
Dus, nadat ik, niet voor het eerst, had gezocht en niet precies gevonden wat ik zocht, heb ik besloten zelf iets te schrijven.
Deze drie dingen lijken op elkaar
Er is een alternatieve tekst bij het Sesamstraat liedje: drie van deze dingen horen hier, drie van deze dingen lijken op elkaar.
Als je wat gelezen hebt over AS, ben je waarschijnlijk deze zin tegengekomen: "Als je iemand ontmoet hebt met Asperger, heb je één persoon met Asperger ontmoet." Omdat het syndroom van Asperger een verzameling symptomen is, en omdat ieder van ons deze symptomen in verschillende mate ervaart, beleeft ieder van ons Asperger op een unieke manier.
Maar wat we gemeenschappelijk hebben, is dat onze hersenen de wereld ervaren op een manier die erg verschilt van de manier waarop de hersenen van neurotypische (lees: niet-autistische) mensen dat doen. Daardoor lijken we op andere mensen met Asperger, en zijn we "anders dan de anderen" in vergelijking met mensen zonder ontwikkelingsstoornis.
Omdat ik één persoon met Asperger ben, kan ik hier alleen mijn verhaal vertellen. Uit wat ik gelezen heb, weet ik dat mijn verhaal op vele punten afwijkt van andere verhalen. Ik weet dat ik gezegend ben met goede mensen in mijn leven, die het pad voor me hebben geëffend, die me hebben verdragen en liefgehad, ook als ik het hen erg moeilijk maakte. Ik weet dat ik aan de hoge kant van het autistisch spectrum zit, en dat ik sommige van mijn mankementen heb leren compenseren. Ik weet dat andere mensen met Asperger andere dingen hebben leren compenseren, en dat hun levens er daardoor heel anders uit zien dat het mijne.
We hebben allemaal ons eigen setje sterke en zwakke punten, sommige komen voort uit AS en sommige zijn gevormd door onze levenservaring en persoonlijkheid.
Ik ga jullie hier niet vertellen wat het betekent om Asperger te hebben, alleen wat het voor mij betekent.
Dat gezegd hebbende, hoop ik dat dit niet alleen een plek zal zijn waar ik mijn ervaringen als vrouw met Asperger deel, maar ook een plek waar andere vrouwen met Asperger, en de mensen in hun leven, hun ervaringen met me kunnen delen.
Ik hoop dat dit een nieuwe manier zal zijn om te vieren dat we "anders dan de anderen" zijn en beter te begrijpen waarin we op elkaar lijken.
Dit artikel is een vertaling van "One of these things doesn't belong here" van het blog "Musings of an aspie", geschreven in augustus 2012.
Toen ik op de basisschool zat, keek mijn jongere zusje altijd Sesamstraat. Ik was 7 of 8, en voelde me te groot voor een programma over pratende poppen, maar stiekem was ik dol op het spelletje "wat hoort er niet bij?".
In elke aflevering kwam dit liedje een keer voor:
Eentje is er anders dan de andere
Eentje hoort er gewoon niet bij
Zeg eens, welke is anders dan de andere
aan het eind van dit liedje van mij.
(vertaald)
Als je het nooit hebt gezien, hier is een voorbeeld:
http://www.youtube.com/watch?v=rsRjQDrDnY8
Het doel van het spelletje was om te bepalen welke van vier voorwerpen niet bij de rest hoorde. Meestal was het overduidelijk - denk aan drie vogels en een vis - makkelijk genoeg voor een kleuter om op te lossen, maar toch boeide het mij.
Ik hield ervan om erover na denken waarom dingen hetzelfde of verschillend waren. Ik hield van groeperen en ordenen. Als het spel afgelopen was, bleef ik nog een hele tijd bezig met bedenken of er een manier was waarop alle vier de dingen bij elkaar hoorden, of waarom een van de andere voorwerpen er niet bij hoorde.
Toen wist ik dat nog niet, maar mijn behoefte aan groeperen en sorteren was een klassiek symptoom van het syndroom van Asperger. Er waren ook andere signalen - overduidelijke, zoals het feit dat ik zo verlegen was dat ik soms zelfs helemaal niet praatte, en ook subtiele, zoals mijn slechte handschrift.
Maar ik groeide op in een tijd dat het syndroom van Asperger nog niet werd gediagnosticeerd bij jonge kinderen, en dat ouders en leerkrachten de signalen nog niet herkenden. Zoals veel volwassenen van mijn leeftijd met AS, was ik al lang en breed volwassenen voor ik erachter kwam dat ik niet gewoon verlegen, of raar, of een nerd was. Dat ik niet over mijn eigenaardigheden heen zou groeien en op een dag "normaal" wakker zou worden.
Toen ik er eerder dit jaar achter kwam dat ik Asperger heb, was dat een grote opluchting. Ik begreep eindelijk waarom ik me zo lang een buitenstaander heb gevoeld, die naar het menselijk ras keek en zich afvroeg waarom hij de enige leek te zijn die de regels niet begreep.
Ik realiseerde me dat ik niet raar of onvolwassen of sociaal onhandig ben. Okee, ik ben alle drie wel af en toe, maar ik kan eindelijk de vage hoop loslaten dat ik over mijn vreemdheid heen zal groeien, en beginnen te accepteren dat dit is wat ik ben:
vrouw
van middelbare leeftijd
werkzaam
met Asperger
Vind jij dat een van deze dingen er niet bij hoort? Veel mensen lijken dat te vinden. Het grootste deel van de literatuur over Asperger is gebaseerd op studies over mannen. Er zijn enkele fantastische bronnen over vrouwen (daar schrijf ik een keer apart over) maar als je een laat-gediagnosticeerde, zelf-gediagnosticeerde of nog-niet-gediagnosticeerde vrouw met Asperger bent, kan het landschap van de autisme-gemeenschap er een beetje eenzaam uitzien.
Er zijn honderden bronnen voor moeders van kinderen met Asperger, maar weinig voor moeders met Asperger. Er wordt zat gepraat over begaafde techneuten en ondernemers met Asperger, maar je moet goed zoeken om er een vrouw tussen te vinden. Zelfs het grootste deel van de literatuur over kinderen met Asperger gaat over jongens.
Dus, nadat ik, niet voor het eerst, had gezocht en niet precies gevonden wat ik zocht, heb ik besloten zelf iets te schrijven.
Deze drie dingen lijken op elkaar
Er is een alternatieve tekst bij het Sesamstraat liedje: drie van deze dingen horen hier, drie van deze dingen lijken op elkaar.
Als je wat gelezen hebt over AS, ben je waarschijnlijk deze zin tegengekomen: "Als je iemand ontmoet hebt met Asperger, heb je één persoon met Asperger ontmoet." Omdat het syndroom van Asperger een verzameling symptomen is, en omdat ieder van ons deze symptomen in verschillende mate ervaart, beleeft ieder van ons Asperger op een unieke manier.
Maar wat we gemeenschappelijk hebben, is dat onze hersenen de wereld ervaren op een manier die erg verschilt van de manier waarop de hersenen van neurotypische (lees: niet-autistische) mensen dat doen. Daardoor lijken we op andere mensen met Asperger, en zijn we "anders dan de anderen" in vergelijking met mensen zonder ontwikkelingsstoornis.
Omdat ik één persoon met Asperger ben, kan ik hier alleen mijn verhaal vertellen. Uit wat ik gelezen heb, weet ik dat mijn verhaal op vele punten afwijkt van andere verhalen. Ik weet dat ik gezegend ben met goede mensen in mijn leven, die het pad voor me hebben geëffend, die me hebben verdragen en liefgehad, ook als ik het hen erg moeilijk maakte. Ik weet dat ik aan de hoge kant van het autistisch spectrum zit, en dat ik sommige van mijn mankementen heb leren compenseren. Ik weet dat andere mensen met Asperger andere dingen hebben leren compenseren, en dat hun levens er daardoor heel anders uit zien dat het mijne.
We hebben allemaal ons eigen setje sterke en zwakke punten, sommige komen voort uit AS en sommige zijn gevormd door onze levenservaring en persoonlijkheid.
Ik ga jullie hier niet vertellen wat het betekent om Asperger te hebben, alleen wat het voor mij betekent.
Dat gezegd hebbende, hoop ik dat dit niet alleen een plek zal zijn waar ik mijn ervaringen als vrouw met Asperger deel, maar ook een plek waar andere vrouwen met Asperger, en de mensen in hun leven, hun ervaringen met me kunnen delen.
Ik hoop dat dit een nieuwe manier zal zijn om te vieren dat we "anders dan de anderen" zijn en beter te begrijpen waarin we op elkaar lijken.
Dit artikel is een vertaling van "One of these things doesn't belong here" van het blog "Musings of an aspie", geschreven in augustus 2012.
Abonneren op:
Posts (Atom)

